maart 2026
Biechten en slavernij aan de Gustoweg
Marion Vredeling werkte maandenlang op locatie Gustoweg aan het wandkleed, maar ze is zeker van plan verder te gaan in de op- en afbouwploeg op andere locaties. ‘Ik maak ook druk reclame voor toekomstige deelname bij vrienden en bekenden die in Noord Holland wonen. Ik vond het een fantastisch project. Het gezellige en geduldige samenwerken en de nieuwe mensen die je leert kennen. Onze nieuwe regering heeft het de hele tijd over ‘samen’, nou, dit was pas écht samen!”
Vredeling hoorde voor het eerst over dit project tijdens het spitten in haar moestuin. ‘Ik had er tijd voor nu ik met pensioen ben. Daarnaast houd ik van handwerk en ook het collectieve sprak me aan.’ Het is ontzettend leuk om mee te doen, zelfs als je geen ervaren naaister bent. ‘Het is bovendien een mooie manier om je bewuster te worden van onderblichte kanten van onze vaderlandse geschiedenis, zoals de slavernij.’

Slavernij
Het boek Wij slaven van Suriname van Anton de Kom, dat zij met haar leesgroep las, maakte diepe indruk op haar. Ook enkele leden van haar leesgroep sloten zich aan. ‘Ik vond het waardevol om iets te kunnen dóén met de gevoelens van onbehagen en ontzetting die het boek bij mij opriep. Door aan het kleed mee te werken, kreeg dat een vorm. ’Vredeling was in 1978 in Suriname geweest op een Latijns-Amerika reis. Ze had tijdens haar reizen naar Mexico ook veel gelezen over de Spaanse koloniale invasies. Ze was geschokt toen ze erachterkwam dat er in die tijd slavenhandel ontstond tussen Mexico en Afrika, waarbij Nederland een grote rol speelde bij het “scheepsvervoer”. ‘Toen werden er wel ogen bij mij geopend. Ik had nooit geleerd in de geschiedenisles dat Nederland er zo’n grote rol in had gehad.’
‘Biechten’

Aan twee kanten werken met het doek ertussen, deed haar denken aan een biechtsituatie. ‘Er kwam een vriendin van mij over uit Frankrijk. Misschien was het omdat het doek tussen ons in zat, maar ze biechtte me op dat ze reisangst had, die haar heel wat van haar vrijheid had benomen en haar soms eenzaam had gemaakt.’ De gesprekken werden op een speciale manier intiem, omdat het wandkleed fungeerde als de afscheiding tussen de gesprekspartners.
“Ik vond het belangrijk om ook iets over ons als Nederlandse vrouwen in het wandkleed te verwerken.” Vredeling gebruikte daarvoor een vrolijke stof uit de zomerjurk van haar moeder en een strook wit frivolité-kant, handgemaakt door een oudtante die een textielwinkeltje had in Amersfoort. “Zij behoorden tot een generatie vrouwen die hun baan verloren zodra ze trouwden. Daarna deden ze vaak veel onzichtbaar ‘slavenwerk’ als moeders en echtgenotes. Daarom heb ik ook de naam van mijn moeder op de achterkant van het kleed gezet.”
