Noord-Holland

Noord-Holland

Draden van ons Nederlandse slavernijverleden – Noord-Holland

Inleiding

Vanaf april/mei 2026 wordt in werkplaatsen verspreid door heel Noord-Holland samen gewerkt aan een bijzonder monumentaal wandkleed van 35 x 2,5 meter, ontworpen door Raul Balai. Het ontwerp is gebaseerd op historisch onderzoek naar de sporen van het koloniale- en slavernijverleden van de provincie. Wat maakte Noord-Holland zo specifiek? Welke verhalen liggen hier verborgen, en hoe werken die door tot vandaag? Die vragen vormen het vertrekpunt van dit gezamenlijke maakproces.

Inwoners van Noord-Holland worden van harte uitgenodigd om mee te doen aan de vervaardiging van dit kunstwerk. Op maakplaatsen in onder andere Alkmaar, Amsterdam, Haarlem, Hoorn, Purmerend en Zaandam komen deelnemers samen om, onder begeleiding, onderdelen van het wandkleed te maken. Elke plek levert een eigen bijdrage aan het geheel, waarin lokale geschiedenissen, persoonlijke perspectieven en gezamenlijk onderzoek samenkomen in textiel.

Iedereen is welkom, met of zonder ervaring. Er wordt gewerkt met verschillende textieltechnieken, en er is ruimte om te leren, uit te proberen en elkaar te ontmoeten. Meedoen betekent niet alleen iets maken met je handen, maar ook samen stilstaan bij een gedeeld verleden en dat verleden zichtbaar en voelbaar maken.

Grijp deze unieke kans om samen met andere Noord-Hollanders geschiedenis te verankeren in textiel en bij te dragen aan een monumentaal kunstwerk dat door de provincie zal reizen — een werk dat verbindt, verdiept en uitnodigt tot gesprek.

Meld je aan!

Waar gaat het over?
Noord-Holland is een provincie van water en handel, van havens en scheepvaart, van koopmanshuizen en pakhuizen, van molens en industrie. De sporen van het Nederlandse slavernijverleden zijn diep verweven met het landschap, de economie en het dagelijks leven. Het is de provincie die maar liefst drie Kamers van de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) en twee Kamers van de West-Indische Compagnie (WIC) heeft gehad. Zo heeft een kleine regio invloed op een groot deel van de wereld uitgeoefend. Met de inzet van geweld, dwang en ongelijkheid was het mogelijk om grote groepen mensen in de Atlantische wereld en in Azië onder de duim te houden. Tot slaaf gemaakte mensen werden ingezet op de plantages, voor arbeid in de steden en in de huishoudens van hun eigenaren, zowel overzees als in Nederland.

Wie vandaag door Noord-Holland reist—langs de grachten van Amsterdam, de historische kern van Hoorn, de kleine steegjes van Haarlem, de industriële gebieden van de Zaanstreek,de markten van Alkmaar, het landelijke gebied rond Purmerend en het maritieme karakter van Den Helder—ziet een rijke en trotse geschiedenis. Onder die zichtbare geschiedenis liggen echter ook andere draden: draden van koloniale handel, plantage-economie, gedwongen arbeid en ontmenselijking. Draden die, eenmaal zichtbaar gemaakt, een completer en eerlijker beeld geven van Noord-Holland en van Nederland.

Het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden nodigt uit om deze verborgen verbindingen te herkennen en te benoemen. Niet om de geschiedenis te reduceren tot schuld of schaamte, maar om haar volledig te zien: inclusief de levens van de tot slaaf gemaakte mensen overzees en in Noord-Holland die het fundament vormden van rijkdom en groei, en inclusief de manieren waarop de provincie profiteerde van een systeem dat mensen tot bezit maakte.

Amsterdam: kapitaal, handel en de grachtengordel
Amsterdam was eeuwenlang het financiële en commerciële hart van de Republiek en later van het Koninkrijk. Hier werd de eerste effectenbeurs van de wereld opgezet, waar investeringen in de vorm van aandelen gedaan konden worden en internationale geldstromen samenkwamen. In deze stad werden schepen uitgerust en verzekeringen afgesloten, ook voor die van de VOC en WIC. De stad profiteerde van de handel in koloniale goederen, de handel in mensen en van de plantage-economie in Suriname, het Caribisch gebied en Azië. Achter de elegante gevels van de grachtengordel gaat vaak een verhaal schuil van winst uit suiker, koffie, cacao, zout, hout, tabak of mensenhandel.

Amsterdamse kooplieden en bestuurders waren betrokken bij ondernemingen en handelsnetwerken die slavernij mogelijk maakten en in stand hielden. Pakhuizen en handelskantoren vormden schakels in een wereldwijde keten: van plantages naar schepen, van kades naar markten, van de arbeid van tot slaaf gemaakte mensen naar rijkdom in de stad. In archieven, portretten, inventarissen en nalatenschappen zijn die verbindingen terug te vinden, vaak in de vorm van “bezittingen”, aandelen, leningen en handelswaar. Amsterdam laat zien hoe slavernij niet alleen een moreel verhaal is, maar ook een economisch systeem waarin Noord-Holland een hoofdrol speelde.

Hoorn en Enkhuizen: koloniale zeevaart en een stad van monumenten
Hoorn en Enkhuizen hebben een sterke maritieme identiteit en staan bekend om hun historische rol in de koloniale vaart. Beide steden waren met ieder een eigen VOC Kamer en een gezamenlijke WIC Kamer onderdeel van een netwerk van zeehandel dat niet alleen mensen en goederen, maar ook macht en geweld over de wereld verspreidde. De rijkdom die in Hoorn en Enkhuizen zichtbaar werd in monumentale panden, regentenhuizen en stedelijke status, hangt samen met koloniale handel en exploitatie.

Deze steden herinneren eraan dat slavernijgeschiedenis niet uitsluitend in grote metropolen te vinden is. Ook kleinere havensteden maakten deel uit van de koloniale wereld en profiteerden van dezelfde structuren van handel en uitbuiting.

De Zaanstreek: industrie gebouwd op koloniale grondstoffen
De Zaanstreek vertelt een essentieel hoofdstuk in het Noord-Hollandse slavernijverleden: de overgang van handel naar verwerking en industrie. Waar slavernij vaak wordt geassocieerd met plantages en schepen, laat de Zaanstreek ook zien hoe koloniale producten in Nederland zelf werden omgezet in winst en zelfs tradities, zoals de Zaanse klederdracht met stof uit India. De verwerking van koloniale grondstoffen—zoals suiker, cacao, koffie en rijst—bracht bedrijvigheid en groei. De vroege industriële kracht van de streek kon mede groeien dankzij wereldwijde aanvoerketens die steunden op gedwongen arbeid.

Deze sporen zijn niet altijd zichtbaar als monumenten, maar wel als economische structuren: bedrijven, werkgelegenheid en handelsroutes die Noord-Holland in verbinding zetten met plantagegebieden. Het laat zien dat slavernij niet alleen een geschiedenis van “daar” is, maar ook van “hier”, in fabrieken, opslagplaatsen en handelsnetwerken.

Haarlem: buitenhuizen, koloniale educatie en textiel
De groene omgeving van Haarlem heeft al eeuwenlang mensen aangetrokken. Om aan de drukte van de stad te kunnen ontsnappen lieten rijke Amsterdammers en Haarlemmers hier hun buitenhuizen bouwen, meestal met de opbrengsten van plantages en investeringen in de VOC en WIC. Het buitenhuis Paviljoen Welgelegen liet zich zelfs gedeeltelijk ombouwen tot het eerste Koloniale Museum van Nederland waar de bezoekers informatie kregen over alle mogelijkheden die de koloniën te bieden hadden.

Waar de slavernijgeschiedenis niet direct zichtbaar is in Haarlem, wijzen gevelstenen en monumenten wel op de omvangrijke textielproductie van de stad. Het Haarlemse damast en linnen was zo geliefd dat het zelfs op de paklijsten van de Amsterdamse slavenschepen terecht kwam. Wie in West-Afrika tot slaaf gemaakte mensen wilde kopen, moest zeker Haarlems textiel meenemen als handelswaar.

Alkmaar: regenten, handel en koloniale consumptie
In Alkmaar zijn de sporen van slavernij vaak minder direct zichtbaar, maar daarom niet minder aanwezig. De stad was onderdeel van een Noord-Hollands netwerk van bestuur, handel en welvaart. Regenten en ondernemers investeerden in koloniale handel of profiteerden van de bredere economische groei die voortkwam uit plantageproducten. In archieven en familiegeschiedenissen duiken koloniale goederen op als bezit: koffie en suiker als luxe product, tabak voor alledaags genot en soms zelfs een bediende uit de koloniën als ultiem bewijs van rijkdom.

Alkmaar laat zien hoe slavernij niet alleen de rijken in Amsterdam raakte, maar ook het leven van burgers in de regio veranderde. De komst van koloniale producten beïnvloedde eet- en drinkgewoonten, sociale status en handelsrelaties. Achter iets eenvoudigs als een kop koffie met suiker schuilt een wereldgeschiedenis van gedwongen arbeid en ontwrichte levens.

Purmerend: regionale schakels en stille sporen
Purmerend toont hoe slavernijgeschiedenis ook in kleinere steden aanwezig is via indirecte lijnen: handel, familiebanden, bestuurlijke netwerken, productie en consumptie. Niet iedere plaats had grote pakhuizen of grote scheepswerven, maar vrijwel iedere plaats werd onderdeel van een samenleving die profiteerde van koloniale producten. Purmerend herinnert ons eraan dat het slavernijverleden niet alleen zichtbaar is in grote symbolen, maar ook in stille sporen: in archieven, in nalatenschappen, in de verspreiding van rijkdom, in sociale verhoudingen en de lokale ambachten die door het koloniale systeem versterkt werden.

Den Helder: maritieme macht en koloniale infrastructuur
Den Helder is onlosmakelijk verbonden met de zee en de marine. Juist daarom is deze plek belangrijk in het verhaal van koloniale macht. Scheepvaart en militaire infrastructuur ondersteunden handelsroutes en koloniale belangen. Slavernij was niet alleen een economisch systeem, maar ook een systeem dat bescherming en controle nodig had: forten, schepen, routes en soldaten. Den Helder staat symbool voor die bredere infrastructuur die koloniale aanwezigheid mogelijk maakte, en daarmee indirect ook slavernij en uitbuiting.

De (on)zichtbare erfenis in het dagelijks leven
De meest tastbare draden van slavernij lopen via producten en plantagegewassen. Suiker, koffie, goud, ivoor, specerijen, cacao, zout, hout, tabak en katoen waren niet zomaar handelswaar: het waren gewassen die enorme winsten opleverden, maar alleen konden worden geproduceerd door het systematisch inzetten van gedwongen arbeid. Deze producten vonden hun weg naar Noord-Hollandse keukens, winkels, markten en werkplaatsen. Ze werden onderdeel van smaak, gewoonte en status. Noord-Hollandse welvaart en consumptie zijn daardoor direct verbonden met plantage-economieën.

Minder zichtbaar is de erfenis die de mensen hebben achtergelaten die gedwongen naar Noord-Holland werden gebracht. Het wettelijke verbod op slavernij in Nederland voorkwam niet dat deze mensen nog steeds onbetaald werk moesten leveren, maar verdoezelde hun onvrijheid juist. Toch wisten zij vaak een leven op te bouwen, werden zij onderdeel van een kleine gemeenschap lotgenoten en verkregen soms zelfs hun vrijheid. Het straatbeeld veranderde met hun aanwezigheid en zij hebben mede hun stempel op de Noord-Hollandse steden en dorpen weten te drukken.

Draden die zichtbaar gemaakt moeten worden
De provincie Noord-Holland is een landschap van herinnering. De sporen van slavernij zitten in stenen en straten, in archieven en portretten, in industrie en handel, in producten op tafel en in verhalen die lang onderbelicht zijn gebleven. Draden van ons Nederlandse slavernijverleden maakt ruimte om deze geschiedenis opnieuw te bekijken: niet als een verre bijzaak, maar als een essentieel onderdeel van wie wij zijn en hoe onze samenleving gevormd is.

Door deze draden zichtbaar te maken, ontstaat erkenning voor de mensen die tot slaaf werden gemaakt, voor hun kracht en verzet, en voor de gevolgen die tot op vandaag doorwerken. Noord-Holland is niet alleen een provincie van handel en innovatie—het is ook een provincie waar het slavernijverleden sporen naliet die we samen kunnen leren herkennen, benoemen en herdenken.

Raul Balai / el bastardo

Het werk van Raul Balai (1980, Amsterdam) onderzoekt de machtsstructuren die bepalen hoe wij onze geschiedenis construeren—en hoe die verhalen doorwerken in de wereld waarin we vandaag leven. Thema’s als migratie en kolonialisme keren daarin regelmatig terug, vaak gevoed door zowel persoonlijke als collectieve verhalen. Balai beweegt zich vrij tussen verschillende disciplines om deze structuren zichtbaar te maken en te bevragen; de laatste jaren leidt dit onderzoek steeds vaker tot ruimtelijke installaties.
Hoewel tekenen en schilderen vaak het vertrekpunt vormen, is dat niet altijd herkenbaar in het uiteindelijke werk. Het concept staat centraal: het idee bepaalt de vorm, het materiaal en de discipline. Hierdoor kenmerkt zijn praktijk zich door een grote veelzijdigheid in werkwijzen en uitingsvormen. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar is Balai actief als curator, tentoonstellingsmaker en tentoonstellingsontwerper.

Binnen zijn praktijk zoekt Balai voortdurend naar een balans tussen de verhalen die hij wil vertellen en de middelen waarmee hij dat doet. Disciplines, thema’s en presentatieplekken lopen in elkaar over, en juist die verweving beschouwt hij als een kracht. Hij onderzoekt hoe erfgoedinstituten een podium kunnen vormen voor zijn kunstenaarschap, en hoe publieke ruimte, expositieruimtes, galeries, archieven en musea elkaar kunnen versterken in het zichtbaar en betekenisvol maken van zijn werk.

Ontwerp Wandkleed

De provincie Noord-Holland, met maar liefst drie Kamers van de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) en twee Kamers van de West-Indische Compagnie (WIC), was nauw verweven met het koloniale en slavernijverleden. Dat gold ook voor de steden en regio’s die geen eigen Kamer hadden.

Bestuurders, handelaren en verschillende kerken verdienden geld door te investeren in de VOC, WIC en plantages. Of ze bekleedden een machtige positie binnen een Compagnie en hadden zo inspraak in de uitvoering van bepaalde taken, zoals de slavenhandel of te produceren grondstoffen in de koloniën.

De arbeiders speelden ook een belangrijke rol. In de steden bouwden zij de schepen, raffineerden het zout, smeedden de boeien en pekelden het vlees. Op het platteland werd door deze groep de stoffen gebleekt, het zeildoek geweven, de boomstammen tot planken gezaagd en de kaas gemaakt. Hun arbeid maakte de overzeese reizen mogelijk. Daarnaast werd hun vakmanschap ingezet op de handelsforten en in de koloniën.

Twee pijlers van de koloniale mindset waren eigendom en maakbaarheid; alles kon tot bezit worden gemaakt en naar de hand van de kolonisator gezet worden. Deze overtuiging uitte zich in de onderdrukking van mensen en het vernietigen van lokale flora en fauna met als doel de hoogste productie van bijvoorbeeld koffie, salpeter, indigo, katoen, goud en ivoor. De kennis die daarvoor nodig was, werd vooral in de 19e eeuw ingezet als vorm van educatie om zo een nieuwe generatie kolonisten op te leiden. Die ambitie leidde in 1871 tot de oprichting van het eerste koloniale museum van Nederland, gelegen in Haarlem.

Kunstenaar Raul Balai stelt in zijn ontwerp de exploitatie van de natuur wereldwijd centraal. In dit kapitalistische systeem worden planten, mensen en dieren stelselmatig uitgebuit. Deze mentaliteit stamt uit de koloniale tijd, met de hoogste winst als doel. Het wandkleed verbeeldt dit aan de hand van zeven steden en hun meest kenmerkende koloniale producten.

Vensters wandkleed

  1. Texel was het begin- en eindpunt van de lange zeereis naar de koloniën. De scheepsvaart was immers cruciaal en daar was hout voor nodig. Dit resulteerde in leeggekapte bossen op Aruba, Bonaire en Curaçao. Ook in de Nederlandse Republiek belandden de meeste bomen op de scheepstimmerwerven. De menselijke behoefte naar hout zorgde dus voor de massale kap van eeuwenoude bossen wereldwijd. Boomstammen, schepen en koloniale grondstoffen kwamen allemaal in Texel samen. Zo ook het zout afkomstig van de zoutpannen op Curaçao, Bonaire en Sint Maarten geproduceerd onder erbarmelijke omstandigheden door tot slaafgemaakten.
  2. De verwerking van koloniale grondstoffen in Noord-Holland gebeurde onder meer in de Zaanstreek, een regio die al eeuwen bekend staat als de provisiekast van Nederland. Hier werden de cacaobonen verwerkt tot chocolade en de rijst van hun vliesje ontdaan in de pelmolens. De aziatische rijstvelden zijn op de achtergrond van dit venster te zien en aan weerszijden staat een cacaoboom. Het jurkje in het midden verwijst naar de zogenoemde ‘Verkademeisjes’, vrouwen die in de 20e eeuw werkten in de beschuit- en koekfabrieken van Verkade. De patriarchale samenleving bestempelde deze vrouwen als losbandig en onkuis, maar maakte tegelijkertijd wel graag gebruik van deze goedkope arbeid.
  3. Haarlem produceerde in de koloniale tijd veel textiel. Zichtbaar in het venster is het uitgestrekte landschap dat nodig was voor de bleekvelden, waar linnen stoffen gebleekt werden. Dit lijnwaad (linnen) werd gebruikt om slaafgemaakten in West-Afrika te kunnen kopen, net als het Haarlemse damast. Ook het Haarlemse bontje, een linnen en later katoenen stof versierd met een blauw-rood ruitjespatroon, was populair in de koloniale tijd. Plantageeigenaren deelde dit ‘vrolijke stofje’ jaarlijks uit onder de slaafgemaakten. De klompjes indigo verwijzen naar de koloniale kleurstof die gebruikt werd in de textielindustrie.
  4. Dit middelste venster staat voor de Nederlandse hoofdstad: Amsterdam. In de koloniale tijd fungeerde het als centrum van macht en geld. Zowel de VOC en WIC hadden hier hun kantoor. Nadat de WIC in 1738 haar monopolie op de handel in slaafgemaakten opgaf, begonnen tientallen Amsterdammers hun eigen bedrijf in de slavenhandel. De koeien zijn een spottende interpretatie van de leeuwen in het stadswapen. Uit hun bek steken mango bladeren die Indiase koeien te eten kregen. Hun gele urine werd gebruikt als kleurstof voor textiel, een product waar de VOC in handelde.
  1. Ook in de kleinere havenstad Purmerend is een connectie met het slavernijverleden te vinden. De landelijke omgeving diende als geschikte locatie voor het verbouwen van hennep, waar touw van werd gemaakt. Touw was onmisbaar op de schepen die naar en van de koloniën voerden. Daarnaast werd vanuit Purmerend al vroeg geinvesteerd in de VOC en leverde de stad stelselmatig een bewindhebber voor de WIC. Net als in de rest van Noord-Holland werden koloniale producten zoals koffie geconsumeerd, terug te vinden in de verzameling koffiepotten van het Purmerends Museum.
  2. Bij Alkmaar wordt meteen gedacht aan de kaasmarkt en zelfs die blijkt niet vrij van koloniale sporen. Om de typische gele kleur van de kaas te verkrijgen werd anatto, een gele kleurstof, gebruikt. Deze zaadjes van de orleaanboom groeide het beste in gebieden met een warm klimaat, zoals Suriname. Daar stond ook Plantage Alkmaar, een van de grootste suikerplantages in de kolonie die zich generaties lang in Alkmaarse handen bevond. Het verwerken van het suikerriet werd door 400-600 tot slaafgemaakten verricht.
  3. In Hoorn waren zowel een Kamer van de VOC als WIC te vinden. Op de achtergrond van dit venster is een van de Indonesische Banda-eilanden te zien met prominent in het midden nootmuskaat omhuld in foelie. Om daar de monopolie op deze zeer winstgevende specerijen in handen te krijgen pleegde de VOC, op initiatief van de Hoornse Jan Pieterszoon Coen, in 1621 volkerenmoord. Hierbij kwam het grootste deel van de lokale bevolking om. Zij werden vervangen door tot slavernij gedwongen mensen afkomstig uit Oost-Afrika, zodat het werk op de plantages voortgezet kon worden.

Agenda

Framer Framed
Oranje-Vrijstaatkade 71
1093 KS  Amsterdam

Data
1 mei – 30 augustus
Wo, do en za 12.00-18.00 uur

SHEBANG (CBK Zuidoost)
p/a Lemelerbergweg 35-G
1101 AH Amsterdam

Data en aanmelden

Augustus en september: iedere dinsdag, vrijdag en zaterdag van 10.00-13.00 uur en 13.00-16.00 uur

Meld je aan!

Amsterdam Museum, Huis Willet-Holthuysen
Herengracht 605
1017 CE  Amsterdam

Data
Vrijdag 24 juli van 13:00 – 16:00 uur
Deze datum komt te vervallen! Nieuwe datum volgt binnenkort.

Bibliotheek Haarlem Schalkwijk
Fie Carelsenplein 2
2036 AM  Haarlem

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Het Schoter
Sportweg 9
2024 CN Haarlem

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Buurthuis Da Vinci
Leonardo da Vinciplein 73
2037 RR Haarlem

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Wijkboerderij Alkmaar
Vondelstraat 31
1813 AA Alkmaar

Data
Augustus: 4, 11, 18
Alle dagen 10.30-12.30 uur

Meld je aan!

Grote Kerk Alkmaar
Koorstraat 2
1811 GP  Alkmaar

Data
14 juni t/m 12 september
Vrijdag t/m zondag 10.00 – 17.00 uur

Meld je aan!

Cultuurhuis Wherelant
Van IJsendijkstraat 403
1442 LB Purmerend

Data
Vanaf 18 juni
Iedere donderdag 09.30-12.30 uur

Meld je aan!

Bibliotheek Waterland Purmerend
Waterlandlaan 40
1441 MP  Purmerend

Data
3 juni – september
Di ochtend van 10.00-13.00 uur
Do, vr en za middag 13.30-16.30 uur

Westfries Museum Statenpoort
Nieuwstraat 23A
1621 EA Hoorn

Data
25 juli t/m september raamwerklocatie
Vrijdag t/m zondag 11.00 – 17:00 uur

Pasar Melati
Park Schouwburg
Hoorn

Data
22 en 23 augustus
13:00 – 21:00 uur

Zaans Museum
Schansend 7
1509 AW  Zaandam

Data
19 september t/m 22 november

De Bieb voor de Zaanstreek
Westzijde 170A
1506 EK Zaandam

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

 

Museum of Humanity
Ketelhuis 10
1505 RD Zaandam

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Fluxus
Westzijde 168
1506 EK Zaandam

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

 

Museum Kennemerland
Noorderwijkweg 2a,
1943 DK Beverwijk.

Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Stadsherstel / Amstelkerk
Amstelveld 10
1017 JD  Amsterdam

Data
Juni: 19, 24
Juli: 3, 8, 17, 22, 31
Alle dagen van 13:00 – 16:30

Meld je aan!

SHEBANG (CBK Zuidoost)
p/a Lemelerbergweg 35-G
1101 AH Amsterdam

Data en aanmelden

Mei: 16, 19, 20, 23, 26, 27,30
Juni: 2, 3, 6, 9, 10, 13, 16, 17, 20, 23, 27, 30
Juli: 4, 7, 11, 14, 18, 21, 25, 28

Alle dagen van 10.00-13.00 uur en 13.00-16.00 uur

Meld je aan!

Wijkcentrum Mare Nostrum / Handwerk Club
Arubastraat 2
1825 PV Alkmaar

Data
juni: 19, 26

Meld je aan!

Karavaan Festival
Alkmaar

Data
Mei: 22, 23, 24, 29, 30, 31
13:00 – 22:00


Wijkboerderij Alkmaar
Vondelstraat 31
1813 AA Alkmaar

Data
Juli: 28 10.30-12.30 uur

Meld je aan!

Filmhuis Alkmaar
Pettemerstraat 3
1823 CW Alkmaar

Data en aanmelden
Juli: 1, 8, 15, 22, 29
Alle dagen 10.00-13.00 uur

Meld je aan!

Westfries Museum Statenpoort
Nieuwstraat 23A
1621 EA Hoorn

Data
12 juni t/m 24 juli maaklocatie
Vrijdag t/m zondag 11.00 – 17:00 uur

Hotel Maria Kapel
Korte Achterstraat 2A
1621 GA  Hoorn

Data
12 juni t/m 24 juli raamwerklocatie
Donderdag- en zaterdagmiddag 13:00 – 17:00 uur

Betje Wolff Museum
Middenweg 178,
1462 HL Middenbeemster

Data
juni: 5, 12, 18, 26
Alle dagen 10.00-12.00 uur

Purmerends Museum
Kaasmarkt 20,
1441 BH Purmerend

Data
Mei: 13, 20, 27
Juni: 5, 12, 19
Juli: 3
Alle dagen van 10.00-12.00 uur

Kunsthal 45
Spoorstraat 128 (in wkc Kroonpassage)
1781 JJ Den Helder

Data en aanmelden
10 mei t/m 28 juni donderdag t/m zondag 13.00-17.00 uur

Meld je aan!

Organisatie

projectpartners

Amsterdam Museum, Betje Wolff Museum, Bibliotheek Haarlem Schalkwijk, Bibliotheek Kennemerwaard, Bibliotheek Waterland Purmerend, Buurts, CBK Zuidoost, Comité 30 juni – 1 juli Haarlem, Comité 30 juni – 1 juli Zaanstreek, Comité Keti Koti Alkmaar, Creatieve Inloop van Roads, Cultuurhuis Wherelant, De Bieb voor de Zaanstreek, Filmhuis Alkmaar, Fluxus, Framer Framed, Frans Hals Museum, Grote Kerk Alkmaar, Grote of St.-Bavokerk, Historisch Genootschap Beemster, Hotel Maria Kapel, Huis Willet-Holthuysen, Karavaan Festival, Kunsthal 45, Moluks Netwerk, Museum Kennemerland, Museum of Humanity, NDSM FUSE, NDSM Loods, Noord-Hollands Archief, Purmerends Museum, Shebang, Stadsarchief Amsterdam, Stadsherstel Amsterdam, Stichting We Promise, Westfries Museum, WIJ Heemstede, wijkBoerderij Alkmaar, Zaans Museum.

projectleiding

Doris Hondtong | coördinator productie wandkleed
Jonge Reporters | video
Micaela Cabrita da Palma | historisch advies
Mirella Doss en Shannah Telleman | projectleiding
Myriam S. Robert | fotografie
projectpartners | publiciteit, technici

met dank aan

Alessandra Laitempergher, Amanda Vollenweider, Annemarie Tel, Annet Zondervan, Bert de Vries, Bram Kraefft, Delano Mac Andrew, Eliane Odding, Els van der Plas, Emma Waslander, Emmy Schouten, Evelien Poels, Frederique Stutvoet, Freek Ossel, Hans Kuyper, Henk Heilbron, Imara Limon, Inez Piso-Tuncay, Jean Carlos Medina, John Leerdam, Jolanda Lanslots, Josien Pieterse, Liane Dambrink, Maarten van Boven, Marian Duff, Marisella de Cuba, Mariska de Jong, Mark Ponte, Marthe de Vet, Merel van der Vaart, Moncef Beekhof, Naud van Geffen, Nelly Bakboord, Nynke Sietsma, Patricia Viereck, Peggy Reiziger, Roos Copier, Sarah Payton, Savitri Bergraaf, Stella van Heezik, Teatske de Jong, Yoshina Davelaar, Yvonne Kelataw.

Zaans Museum
Westfries Museum
Victoriefonds
Stadsherstel Amsterdam
Purmerends Museum
Noord-Hollands Archief
NDSM Loods
Museum Kennemerland
Mondriaan Fonds
Hotel Maria Kapel
Historisch Genootschap Beemster
Grote Kerk Alkmaar
Gemeente Zaanstad
Gemeente Purmerend
Gemeente Amsterdam
Gemeente Alkmaar
Framer Framed
Comité 30 juni/1 juli Zaanstreek
Comité 30 juni/1 juli Haarlem
CBK Zuidoost
Bibliotheek Zuid-Kennemerland
Bibliotheek Waterland
Betje Wolff Museum
Amsterdams Fonds voor de Kunst
Amsterdam Museum