Noord-Holland
Noord-Holland
Draden van ons Nederlandse slavernijverleden – Noord-Holland
Inleiding
Vanaf april/mei 2026 wordt in werkplaatsen verspreid door heel Noord-Holland samen gewerkt aan een bijzonder monumentaal wandkleed van 35 x 2,5 meter, ontworpen door Raul Balai. Het ontwerp is gebaseerd op historisch onderzoek naar de sporen van het koloniale- en slavernijverleden van de provincie. Wat maakte Noord-Holland zo specifiek? Welke verhalen liggen hier verborgen, en hoe werken die door tot vandaag? Die vragen vormen het vertrekpunt van dit gezamenlijke maakproces.
Inwoners van Noord-Holland worden van harte uitgenodigd om mee te doen aan de vervaardiging van dit kunstwerk. Op maakplaatsen in onder andere Alkmaar, Amsterdam, Haarlem, Hoorn, Purmerend en Zaandam komen deelnemers samen om, onder begeleiding, onderdelen van het wandkleed te maken. Elke plek levert een eigen bijdrage aan het geheel, waarin lokale geschiedenissen, persoonlijke perspectieven en gezamenlijk onderzoek samenkomen in textiel.
Iedereen is welkom, met of zonder ervaring. Er wordt gewerkt met verschillende textieltechnieken, en er is ruimte om te leren, uit te proberen en elkaar te ontmoeten. Meedoen betekent niet alleen iets maken met je handen, maar ook samen stilstaan bij een gedeeld verleden en dat verleden zichtbaar en voelbaar maken.
Grijp deze unieke kans om samen met andere Noord-Hollanders geschiedenis te verankeren in textiel en bij te dragen aan een monumentaal kunstwerk dat door de provincie zal reizen — een werk dat verbindt, verdiept en uitnodigt tot gesprek.
Waar gaat het over?
Noord-Holland is een provincie van water en handel, van havens en scheepvaart, van koopmanshuizen en pakhuizen, van molens en industrie. De sporen van het Nederlandse slavernijverleden zijn diep verweven met het landschap, de economie en het dagelijks leven. Het is de provincie die maar liefst drie Kamers van de Verenigde Oost Indische Compagnie (VOC) en twee Kamers van de West-Indische Compagnie (WIC) heeft gehad. Zo heeft een kleine regio invloed op een groot deel van de wereld uitgeoefend. Met de inzet van geweld, dwang en ongelijkheid was het mogelijk om grote groepen mensen in de Atlantische wereld en in Azië onder de duim te houden. Tot slaaf gemaakte mensen werden ingezet op de plantages, voor arbeid in de steden en in de huishoudens van hun eigenaren, zowel overzees als in Nederland.
Wie vandaag door Noord-Holland reist—langs de grachten van Amsterdam, de historische kern van Hoorn, de kleine steegjes van Haarlem, de industriële gebieden van de Zaanstreek,de markten van Alkmaar, het landelijke gebied rond Purmerend en het maritieme karakter van Den Helder—ziet een rijke en trotse geschiedenis. Onder die zichtbare geschiedenis liggen echter ook andere draden: draden van koloniale handel, plantage-economie, gedwongen arbeid en ontmenselijking. Draden die, eenmaal zichtbaar gemaakt, een completer en eerlijker beeld geven van Noord-Holland en van Nederland.
Het project Draden van ons Nederlandse slavernijverleden nodigt uit om deze verborgen verbindingen te herkennen en te benoemen. Niet om de geschiedenis te reduceren tot schuld of schaamte, maar om haar volledig te zien: inclusief de levens van de tot slaaf gemaakte mensen overzees en in Noord-Holland die het fundament vormden van rijkdom en groei, en inclusief de manieren waarop de provincie profiteerde van een systeem dat mensen tot bezit maakte.
Amsterdam: kapitaal, handel en de grachtengordel
Amsterdam was eeuwenlang het financiële en commerciële hart van de Republiek en later van het Koninkrijk. Hier werd de eerste effectenbeurs van de wereld opgezet, waar investeringen in de vorm van aandelen gedaan konden worden en internationale geldstromen samenkwamen. In deze stad werden schepen uitgerust en verzekeringen afgesloten, ook voor die van de VOC en WIC. De stad profiteerde van de handel in koloniale goederen, de handel in mensen en van de plantage-economie in Suriname, het Caribisch gebied en Azië. Achter de elegante gevels van de grachtengordel gaat vaak een verhaal schuil van winst uit suiker, koffie, cacao, zout, hout, tabak of mensenhandel.
Amsterdamse kooplieden en bestuurders waren betrokken bij ondernemingen en handelsnetwerken die slavernij mogelijk maakten en in stand hielden. Pakhuizen en handelskantoren vormden schakels in een wereldwijde keten: van plantages naar schepen, van kades naar markten, van de arbeid van tot slaaf gemaakte mensen naar rijkdom in de stad. In archieven, portretten, inventarissen en nalatenschappen zijn die verbindingen terug te vinden, vaak in de vorm van “bezittingen”, aandelen, leningen en handelswaar. Amsterdam laat zien hoe slavernij niet alleen een moreel verhaal is, maar ook een economisch systeem waarin Noord-Holland een hoofdrol speelde.
Hoorn en Enkhuizen: koloniale zeevaart en een stad van monumenten
Hoorn en Enkhuizen hebben een sterke maritieme identiteit en staan bekend om hun historische rol in de koloniale vaart. Beide steden waren met ieder een eigen VOC Kamer en een gezamenlijke WIC Kamer onderdeel van een netwerk van zeehandel dat niet alleen mensen en goederen, maar ook macht en geweld over de wereld verspreidde. De rijkdom die in Hoorn en Enkhuizen zichtbaar werd in monumentale panden, regentenhuizen en stedelijke status, hangt samen met koloniale handel en exploitatie.
Deze steden herinneren eraan dat slavernijgeschiedenis niet uitsluitend in grote metropolen te vinden is. Ook kleinere havensteden maakten deel uit van de koloniale wereld en profiteerden van dezelfde structuren van handel en uitbuiting.
De Zaanstreek: industrie gebouwd op koloniale grondstoffen
De Zaanstreek vertelt een essentieel hoofdstuk in het Noord-Hollandse slavernijverleden: de overgang van handel naar verwerking en industrie. Waar slavernij vaak wordt geassocieerd met plantages en schepen, laat de Zaanstreek ook zien hoe koloniale producten in Nederland zelf werden omgezet in winst en zelfs tradities, zoals de Zaanse klederdracht met stof uit India. De verwerking van koloniale grondstoffen—zoals suiker, cacao, koffie en rijst—bracht bedrijvigheid en groei. De vroege industriële kracht van de streek kon mede groeien dankzij wereldwijde aanvoerketens die steunden op gedwongen arbeid.
Deze sporen zijn niet altijd zichtbaar als monumenten, maar wel als economische structuren: bedrijven, werkgelegenheid en handelsroutes die Noord-Holland in verbinding zetten met plantagegebieden. Het laat zien dat slavernij niet alleen een geschiedenis van “daar” is, maar ook van “hier”, in fabrieken, opslagplaatsen en handelsnetwerken.
Haarlem: buitenhuizen, koloniale educatie en textiel
De groene omgeving van Haarlem heeft al eeuwenlang mensen aangetrokken. Om aan de drukte van de stad te kunnen ontsnappen lieten rijke Amsterdammers en Haarlemmers hier hun buitenhuizen bouwen, meestal met de opbrengsten van plantages en investeringen in de VOC en WIC. Het buitenhuis Paviljoen Welgelegen liet zich zelfs gedeeltelijk ombouwen tot het eerste Koloniale Museum van Nederland waar de bezoekers informatie kregen over alle mogelijkheden die de koloniën te bieden hadden.
Waar de slavernijgeschiedenis niet direct zichtbaar is in Haarlem, wijzen gevelstenen en monumenten wel op de omvangrijke textielproductie van de stad. Het Haarlemse damast en linnen was zo geliefd dat het zelfs op de paklijsten van de Amsterdamse slavenschepen terecht kwam. Wie in West-Afrika tot slaaf gemaakte mensen wilde kopen, moest zeker Haarlems textiel meenemen als handelswaar.
Alkmaar: regenten, handel en koloniale consumptie
In Alkmaar zijn de sporen van slavernij vaak minder direct zichtbaar, maar daarom niet minder aanwezig. De stad was onderdeel van een Noord-Hollands netwerk van bestuur, handel en welvaart. Regenten en ondernemers investeerden in koloniale handel of profiteerden van de bredere economische groei die voortkwam uit plantageproducten. In archieven en familiegeschiedenissen duiken koloniale goederen op als bezit: koffie en suiker als luxe product, tabak voor alledaags genot en soms zelfs een bediende uit de koloniën als ultiem bewijs van rijkdom.
Alkmaar laat zien hoe slavernij niet alleen de rijken in Amsterdam raakte, maar ook het leven van burgers in de regio veranderde. De komst van koloniale producten beïnvloedde eet- en drinkgewoonten, sociale status en handelsrelaties. Achter iets eenvoudigs als een kop koffie met suiker schuilt een wereldgeschiedenis van gedwongen arbeid en ontwrichte levens.
Purmerend: regionale schakels en stille sporen
Purmerend toont hoe slavernijgeschiedenis ook in kleinere steden aanwezig is via indirecte lijnen: handel, familiebanden, bestuurlijke netwerken, productie en consumptie. Niet iedere plaats had grote pakhuizen of grote scheepswerven, maar vrijwel iedere plaats werd onderdeel van een samenleving die profiteerde van koloniale producten. Purmerend herinnert ons eraan dat het slavernijverleden niet alleen zichtbaar is in grote symbolen, maar ook in stille sporen: in archieven, in nalatenschappen, in de verspreiding van rijkdom, in sociale verhoudingen en de lokale ambachten die door het koloniale systeem versterkt werden.
Den Helder: maritieme macht en koloniale infrastructuur
Den Helder is onlosmakelijk verbonden met de zee en de marine. Juist daarom is deze plek belangrijk in het verhaal van koloniale macht. Scheepvaart en militaire infrastructuur ondersteunden handelsroutes en koloniale belangen. Slavernij was niet alleen een economisch systeem, maar ook een systeem dat bescherming en controle nodig had: forten, schepen, routes en soldaten. Den Helder staat symbool voor die bredere infrastructuur die koloniale aanwezigheid mogelijk maakte, en daarmee indirect ook slavernij en uitbuiting.
De (on)zichtbare erfenis in het dagelijks leven
De meest tastbare draden van slavernij lopen via producten en plantagegewassen. Suiker, koffie, goud, ivoor, specerijen, cacao, zout, hout, tabak en katoen waren niet zomaar handelswaar: het waren gewassen die enorme winsten opleverden, maar alleen konden worden geproduceerd door het systematisch inzetten van gedwongen arbeid. Deze producten vonden hun weg naar Noord-Hollandse keukens, winkels, markten en werkplaatsen. Ze werden onderdeel van smaak, gewoonte en status. Noord-Hollandse welvaart en consumptie zijn daardoor direct verbonden met plantage-economieën.
Minder zichtbaar is de erfenis die de mensen hebben achtergelaten die gedwongen naar Noord-Holland werden gebracht. Het wettelijke verbod op slavernij in Nederland voorkwam niet dat deze mensen nog steeds onbetaald werk moesten leveren, maar verdoezelde hun onvrijheid juist. Toch wisten zij vaak een leven op te bouwen, werden zij onderdeel van een kleine gemeenschap lotgenoten en verkregen soms zelfs hun vrijheid. Het straatbeeld veranderde met hun aanwezigheid en zij hebben mede hun stempel op de Noord-Hollandse steden en dorpen weten te drukken.
Draden die zichtbaar gemaakt moeten worden
De provincie Noord-Holland is een landschap van herinnering. De sporen van slavernij zitten in stenen en straten, in archieven en portretten, in industrie en handel, in producten op tafel en in verhalen die lang onderbelicht zijn gebleven. Draden van ons Nederlandse slavernijverleden maakt ruimte om deze geschiedenis opnieuw te bekijken: niet als een verre bijzaak, maar als een essentieel onderdeel van wie wij zijn en hoe onze samenleving gevormd is.
Door deze draden zichtbaar te maken, ontstaat erkenning voor de mensen die tot slaaf werden gemaakt, voor hun kracht en verzet, en voor de gevolgen die tot op vandaag doorwerken. Noord-Holland is niet alleen een provincie van handel en innovatie—het is ook een provincie waar het slavernijverleden sporen naliet die we samen kunnen leren herkennen, benoemen en herdenken.
Raul Balai / el bastardo

Het werk van Raul Balai (1980, Amsterdam) onderzoekt de machtsstructuren die bepalen hoe wij onze geschiedenis construeren—en hoe die verhalen doorwerken in de wereld waarin we vandaag leven. Thema’s als migratie en kolonialisme keren daarin regelmatig terug, vaak gevoed door zowel persoonlijke als collectieve verhalen. Balai beweegt zich vrij tussen verschillende disciplines om deze structuren zichtbaar te maken en te bevragen; de laatste jaren leidt dit onderzoek steeds vaker tot ruimtelijke installaties.
Hoewel tekenen en schilderen vaak het vertrekpunt vormen, is dat niet altijd herkenbaar in het uiteindelijke werk. Het concept staat centraal: het idee bepaalt de vorm, het materiaal en de discipline. Hierdoor kenmerkt zijn praktijk zich door een grote veelzijdigheid in werkwijzen en uitingsvormen. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar is Balai actief als curator, tentoonstellingsmaker en tentoonstellingsontwerper.
Binnen zijn praktijk zoekt Balai voortdurend naar een balans tussen de verhalen die hij wil vertellen en de middelen waarmee hij dat doet. Disciplines, thema’s en presentatieplekken lopen in elkaar over, en juist die verweving beschouwt hij als een kracht. Hij onderzoekt hoe erfgoedinstituten een podium kunnen vormen voor zijn kunstenaarschap, en hoe publieke ruimte, expositieruimtes, galeries, archieven en musea elkaar kunnen versterken in het zichtbaar en betekenisvol maken van zijn werk.
Agenda

Amsterdam Museum, Huis Willet-Holthuysen
Herengracht 605
1017 CE Amsterdam
Data
1 juli tot oktober.

Amstelkerk
Amstelveld 10
1017 JD Amsterdam
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Bibliotheek Waterland Purmerend
Waterlandlaan 40
1441 MP Purmerend
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Bibliotheek Haarlem Schalkwijk
Fie Carelsenplein 2
2036 AM Haarlem
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Framer Framed
Oranje-Vrijstaatkade 71
1093 KS Amsterdam
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Grote Kerk Alkmaar
Koorstraat 2
1811 GP Alkmaar
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Hotel Maria Kapel
Korte Achterstraat 2A
1621 GA Hoorn
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Museum Kennemerland
Noorderwijkweg 2a,
1943 DK Beverwijk.
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

NDSM FUSE
NDSM-Plein 29
1033 WC Amsterdam
Stadsherstel
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Purmerends Museum
Kaasmarkt 20,
1441 BH Purmerend
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

Zaans Museum
Schansend 7
1509 AW Zaandam
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.

CBK Zuidoost
p/a Lemelerbergweg 35-G
1101 AH Amsterdam
Data en aanmelden
Deze informatie is binnenkort beschikbaar.
Organisatie
projectpartners
Amsterdam Museum, Betje Wolff Museum, Bibliotheek Waterland Purmerend, CBK Zuidoost, Comité 30 juni – 1 juli Haarlem, Comité 30 juni – 1 juli Zaanstreek, Comité Keti Koti Alkmaar, de Bibliotheek Haarlem Schalkwijk, Framer Framed, Frans Hals Museum, Grote Kerk Alkmaar, Historisch Genootschap Beemster, Hotel Maria Kapel, Moluks Netwerk, Museum Kennemerland, Nationaal Slavernijmuseum, NDSM FUSE, NDSM Loods, OSCAM, Purmerends Museum, Stadsarchief Amsterdam, Stadsherstel, Stichting We Promise, Westfries Museum, Zaans Museum.
projectleiding
Doris Hondtong | coördinator productie wandkleed
Micaela Cabrita da Palma | historisch advies
Mirella Doss en Shannah Telleman | projectleiding
projectpartners | publiciteit, technici
met dank aan
Alessandra Laitempergher, Amanda Vollenweider, Annemarie Tel, Annet Zondervan, Bert de Vries, Bram Kraefft, Delano Mac Andrew, Eliane Odding, Els van der Plas, Emma Waslander, Emmy Schouten, Evelien Poels, Freek Ossel, Hans Kuyper, Henk Heilbron, Imara Limon, Inez Piso-Tuncay, Jean Carlos Medina, John Leerdam, Jolanda Lanslots, Josien Pieterse, Liane Dambrink, Maarten van Boven, Marian Duff, Marisella de Cuba, Mariska de Jong, Mark Ponte, Marthe de Vet, Merel van der Vaart, Moncef Beekhof, Naud van Geffen, Nelly Bakboord, Patricia Viereck, Peggy Reiziger, Roos Copier, Sarah Payton, Savitri Bergraaf, Stella van Heezik, Teatske de Jong, Yoshina Davelaar, Yvonne Kelataw.







































